De wereld in je binnenzak

De jas van Grosso leek wel een tent zonder stokken, als de wind eronder sloeg.
Hij kwam bijna tot op de grond, je kon er in wonen, nou ja…in overnachten, voor een keertje.
“Reizen doe je licht, reizen moet je lichter maken, waarom zou je anders reizen, reizen is geen vrachtvervoer.
Het echte reizen is de vervoering van het gewichtloze”
Een verteller draagt behalve zijn verhalen geen bagage, met dit verschil dat een verteller gedragen wordt door zijn verhalen” aldus Grosso.

De jas van de verteller heeft enorme lege zakken, zijn hele huishouden zit erin. Boeken zijn voor hem overbodig, dat scheelt, geen boekenkast nodig.
De bodem is uit de zakken gescheurd waardoor de hele voering feitelijk een grote zak is.
Het is de vilten herdersjas die hij ooit op een winternacht cado kreeg van de familie Agostini,
een oud geslacht van schapenhoeders, als dank voor hun vergeten familiegeschiedenis die hij hun had onthuld.
Pollice kwam informatie inwinnen over het verhaal’Pecora nera’ het zwarte schaap.
Ze wisten niets over hun markante voorouders.
Toen Grosso dat vernam stak hij overmoedig van wal door het ene gerucht aan het andere te breien, omdat het toch allemaal dezelfde wol is.
Hun betovergrootvader was te vondeling gelegd tussen de schapen.
Hij zou zijn opgegroeid als schaap als hij niet gevonden was door een adelijke familie van het wijnhuis Agostini, die hem uiteindelijk een goede opleiding tot advocaat had gegeven.
Ze noemde hem Trovatello, de gevondene.
Alleen schapengeblaat en de geur van wol kon hem als kind troost bieden, het verhaal wil dat hij huilde als een lammetje, hartverscheurend.
De jongen wilde maar niet deugen in de ogen van zijn weldoeners, alleen zijn zusje begreep hem wel.
Zijn goede opvoeding ten spijt bleef hij zich aangetrokken voelen tot het zachte schapenleven.
Uiteindelijk werd hij verstoten toen hij koos om alleen te willen zijn met een kudde in de bergen.
Trova was de meest welbespraakte herder uit de Dolomieten, af en toe citeerde hij flarden van gedichten voor de kudde die er rustig van leek te worden.
De dochter van zijn adelijke adoptieouders, zijn zuster dus, werd later verliefd op het zwarte schaap Trova.
Ze trouwden zonder toestemming, Trova kende de mazen in het huwelijksrecht.
Op papier waren ze broer en zus en werden gezien als een verboden vrucht aan de familiestamboom.

De adelijke ouders kwamen aan lager wal en werden hulpbehoevend, noodgedwongen moesten ze toestaan dat hun bastaardzoon voor hun ging zorgen.
Het rijke landgoed werd betrokken door de enorme kudde.
Maar het leven tussen de schapen deed de oude adel goed en zo verzoenden ze zich met hun dochter en hun gevonden zoon.
Pas toen Trova zelf kinderen kreeg begon hij zich af te vragen wie zijn echte ouders waren.
Hij kon het niet nalaten om in iedere oudere die hij tegenkwam zijn mogelijke vader of moeder te herkennen. In de bergstreek wordt een jammerend lammetje nog altijd Trova genoemd.

Verhalen bieden onderdak, een maaltijd en soms een jas.
De mensen smullen van verhalen en ze zien de verteller graag smullen.
‘Het verhaal is mijn enige kapitaal, verklaart Pollice, de een moet zijn verhaal kwijt, anderen komen verhaal halen, weer anderen moeten op verhaal komen.’
Pollice was vereerd om zo’n oude jas te ontvangen met de wereld in zijn binnenzak.
De winter zag er zonnig uit met zo’n huid van zwart vilt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *