Droge golf

Het regende die dag niet, weer niet.
Er was als het ware weer geen weer.
De veertigste dag op rij, een klimatologisch record.
Eerst heette het nog;
‘Geen neerslag van betekenis’ in het weerberichtjargon. Na veertig dagen werd deze uitspraak een farce, er was immers helemaal geen neerslag. Het weer bestond niet meer.
De nieuwsrubriek had hem na tien dagen voorgesteld om hetzelfde filmpje maar uit te zenden met de actuele datum in de rechterbovenhoek. Zodra er weer weer zou komen zouden ze hem meteen bellen.
Peter moest wel permanent standby blijven, want het kon elk moment omslaan. Hoe langer het duurde hoe dichter ze het omslagpunt naderden, statistisch dan. Hij voelde zich elke dag steeds meer in de steek gelaten door de statistiek. En wie of wat was hij nu nog zonder weer?
Nieuws was er genoeg, door de nijpend wordende waterschaarste. Peter was echter geen nieuwslezer. Om nieuwslezer te zijn moest je als een soort ijskonijn de meest gruwelijke nieuwsfeiten frivool kunnen opdissen. Rampen in feestelijk pakpapier, de wereld vergaat weliswaar maar wij zijn hier nog, om het te verslaan! Ja, nieuwslezers versloegen de wereld, dacht Peter.
Een ijskonijn was hij allerminst, daarom was hij juist ‘het weer’ gaan doen. Gezellig, niets aan de hand, het kon vriezen of dooien.
De volgende dag belde de redactie, of hij toch nog even kon komen. Op het herhaalfragment stond hij naast de presentatiedesk met een glas helder water, waaruit hij steeds hetzelfde slokje water nam.
Ze konden het glas er niet uitmonteren en wilden een uitzending maken zonder water in beeld. Het was te gênant voor de kijkers thuis die vergingen van de dorst. Drinkwater was inmiddels op de bon. Er was mondiaal een jacht op waterfilters. De opname mislukte, de weerman slaagde er niet in om zonder tranen verslag doen.

De droge hittegolf leek de aarde te overspoelen. Waar bleef al dat vocht toch dat verdampte, ontsnapte het naar buiten de dampkring? Het onttrok zich aan de wetenschappelijke waarneming.

Op straat begaf Peter zich niet graag meer. Het gevoel bekroop hem dat ‘de mensen in het land’ hem verwijtend aankeken.

Hij droomde van rivieren die het heelal in stroomden, naar andere planeten, om daar leven mogelijk te maken?
Toen Peter met een droge mond uit de narcose ontwaakte hoorde hij een zuster fluisteren: ‘Hij is ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt!’
Hij was te hees om ‘water!’ te roepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *