Genide stupaal

Volgens kunst-antropoloog Wilm Bezemer komen er veel stupide ideeën  voor in de beeldende kunst. Hij meent er zelfs een kunststroming in te zien…het Genide Stupalisme.
Volgens hem komt het stupide idee veelal voort uit het principe van schaalvergroting of van contextverwisseling, hij somt wat voorbeelden op: Een suikerklontje ter grote van een sporthal, de badeend op zeilbootformaat. Het scheepsanker geplaatst op een bergtop, een reuzemuizeval als tafelblad, een rookworst als opblaaszwembadje, het
gebonden boek dat uit echte duizend dollarbiljetten bestaat, goud op snee.
We kennen ze allemaal, de reklameobjecten van en voor de industriële kunsthandel. Het is de slager die zijn eigen kunstvlees kweekt en per opbod verhandelt.
Bezemer deed jarenlang veldonderzoek in diverse museale biotopen.
Het geniale van deze kunst is dat het idee, stupide of niet, ook werkelijk fysiek wordt gerealiseerd. De genialiteit van deze kunstenaars zit hem in hun zakelijk vermogen anderen zo gek krijgen om het idee, stupide of niet, te laten voorfinancieren en te laten uitvoeren door anderen. Dit is een breuk met de traditie dat de maker het maaksel zelf maakt. Zo houdt het genie schone handen. Geen verfspatten op ‘t zakenpak van zijn kledingsponsor. Want kunst is mode, mode is kunst en de wereld is modieus, aldus de antropoloog. Ondertussen vergaapt de kunstminnaar zich aan de buitenproportionele badeend en leest met bewondering hoe het dollarboekje op de kunstveiling voor een astronomisch bedrag steeds weer van eigenaar wisselt.
In het laatste hoofdstuk behandelt hij nog even de ‘Stapelkunst’ als aparte stroming. Het stapelen of op een hoop gooien van om het even welk object. Hierover verzucht Bezemer : ‘Hoe zo enorm veel een mens zo enorm weinig kan doen, dat moet wel een kunst op zich zijn…’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.