Hommel

Ik ben een zondagskind zo blij,
de volle maan zweeft vrij voorbij.
Een zilveren spiegel in de nacht,
een vliegtuig zeilt voorbij zo zacht.

M’n hangmat schommelt heen en weer
onder de bloesems van een peer
en hommels zingen mij hun lied,
de dagdroom is er wel en niet of toch
als een wonderschoon bedrog,
niet en wel in een prachtig samenspel.

Hier wil ik bestaan voortaan

Het zijn geniet volop van jou,
de hele lucht straalt hemelsblauw.
Een pluisje drijft hier op de wind
dat aan een verre reis begint.

M’n hoofd gonst als een hommel door
en volgt geheel haar eigen spoor.
Waar ik ook ga daar moet ik heen,
maar als ik kiezen mag meteen
naar hier waar ik rust vind en plezier,
de manier waarop ik het leven vier.

Hier zijn, liefst altijd zo vrij.

Ik maakte ommetjes rondom
tot ik echt niet meer verder kon.
De hommels brachten mij tot rust,
door liefde uit mijn slaap gekust.

Toen ik ontsnapte uit mijn kluis
kwam ik in deze boomgaard thuis.
De hommels gonzen zacht hun lied,
een dagdroom is er wel en niet
of toch als een wondermooi bedrog,
niet en wel in een prachtig samenspel.

Hier wil ik bestaan voortaan

(zeer vrij hertaald naar Gregory Page’s “The Bumblebees and Me”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *