Gaap


Mensen vragen jou wel eens waar jij je opleiding voor creativiteit hebt genoten?
Nu beken je met je hand op het hart dat je nog nooit van welke opleiding dan ook heb genoten. Het genotsaspect wist het onderwijs succesvol buiten het curriculum te houden. Genot dat deed maar in je vrije tijd, zoiets.
Hoe je het dan toch nog tot schepper heb geschopt? Het Openbaar Geheim onthult:
In het diepste geheim ben je opgeleid door een diepgaande verveling. De volwassen wereld trof jou als saai en stompzinnig, mechanische herhaling van hetzelfde voorspelbare patroon. Onder schooltijd vond je het vaak erg jammer dat je niet dood ging van verveling, doodgaan leek jou een stuk opwindender. Je leed chronisch aan de gaaphonger.
Het onderwijs kwam neer op de gedwongen ondertekening van een eenzijdige afspraak: “Zo is het leven nu eenmaal, zo doen wij de dingen, en zo blijven wij ze doen tot wij erbij neervallen, ook al weten we dat het niet werkt”. Wanneer je je handtekening onder dat contract zette was je een geslaagd burger. De school liet jou je kostbare speeltijd stierlijk verveeld uit het raam kijken, naar buiten waar het echte leven zich afspeelde. Buiten waar je vuurtjes kon stoken. Wat kon je allemaal niet in as leggen, dacht je vol gloed. Ook buiten school om kon je je vervelen, maar daar was er niets wat jou dwong iets te doen, iets te maken of iets te worden. Je ontdekte dat als je je maar lang genoeg vrijelijk kon vervelen dat er dan vanzelf iets gebeurde… Je hand tekende opeens zomaar in het zand iets wat ergens op leek wat je niet kende. Je mond floot vanzelf een liedje die je nog nooit had gehoord, je voeten maakten soms onbedoelde huppeltjes van genot. Je handen begonnen dingen te maken, zonder doel te prutsen tot het soms een vorm aannam die beviel…het beviel je omdat het nergens op leek, iets ongekends. Onder je handen zag je iets ontstaan uit niets. Creatio ex nihilo. De zee van mogelijk heden, waaronder het onmogelijke, lag aan je voeten. F. Wildesheim verwoordde het zo:

Verveling, ontstaansbron aller wezens en dingen.
Het begon al in den beginne, er was totaal niks aan.
God verveelde zich kapot in een wereldloos bestaan
en schiep het scheppen, als een puur goddelijk genot.
Zo maakt God zichzelve ongedaan, want scheppingen
gaan hun eigen leven leiden, het vrije toeval is hun lot.

Staal


Verhalen die je nooit hebt gelezen laten soms een onuitwisbare indruk achter.
Voor mij is dat ‘Archie de Man van Staal’ geweest. Hij leidt nog altijd een obscuur bestaan in het labyrint van mijn geheugen. Soms loop ik hem zomaar tegen het lijf in de gedachte gangen, onverwacht. En altijd moet ik om hem lachen, wat raadselachtig is want het was geen humoristische strip. Het verwende vriendje van mij had stapels stripblaadjes waaronder ook deze ijzeren held. Ik zag ze terloops wel eens in maar mocht er nooit eentje lenen. Als we met zijn autootjes speelden mocht ik alleen met de afgeragde exemplaren die hij zorgvuldig voor mij uitzocht. Als tegenprestatie nam ik soms een essentiëel legoblokje van hem mee naar huis, waar ik het plat sloeg op mijn vaders aambeeld. Maar terug naar de held.
Archie zag er vierkantachtig uit, gesmeed uit platgewalst plaatstaal. Het waren ijzersterke verhalen. Archie kon bergen verzetten, ijzer met zijn vierkante knuisten breken, krokodillen doodknijpen als mijn aangewakkerde fantasie het zich goed herinnert. Archie was door en door goed, met een ijzeren wil en discipline. In mijn kindergeest associeerde ik hem met ‘Stalin’ ,wat later meer een ijzervreter bleek te zijn geweest. Aan Archie’s identiteit kon niemand twijfelen want zijn naam prijkte in hoofdletters op zijn borstplaat. De meeste van zijn tegenstanders konden waarschijnlijk niet lezen anders waren ze natuurlijk meteen gevlucht voor de onoverwinnelijke. Elk probleem was simpel voor de man van staal. Alles kon met geweld worden opgelost. Heerlijk simpel. Nu zijn er tegenwoordig heel wat stripfiguren die het tot president weten te schoppen omdat ze de meest complexe problematiek terugredeneren tot ‘appeltje eitje’. Met een ijzeren logica.

Gumsel

Het lichaam als een wereldontvanger. Luisteren is niet alleen een kwaliteit van de oren.
Bewust zijn luistert naar al wat de wereldontvanger binnen krijgt, ontvankelijk voor alle zintuiglijke indrukken. Zonder luisteren kan er geen afstemming zijn. Tijdens luisteren gaat de zender uit en wordt de klok stilgezet, anders ben je je eigen stoorzender. Afstemming biedt geen overbrugging van deze naar een andere oever. Het is een samenvallen. Luisteren gumt elke afstand uit. Luisteren kan een ander geluid laten horen, het geluid van gegum, van uitgegumd zijn. Waar is de tijd, waar de afstand?
Het grafiet van de afstand laat grijs gumsel achter op de blanco pagina.

Zakje

Geen metrum, geen rijm, wat eigenlijk nog wel?
Het gedicht is grotendeels leeggehamsterd
door al te gulzige lezers. Geen citroen meer te krijgen.
Tussen de geplunderde schappen klinkt
vegetarische muziek, vlees noch vis-muzak.
Naast de kassa ligt volkoren driegranenliteratuur
met dramatische ingrediënten tegen weggeefprijzen.
Bij voldoende besteding krijgt men een zakje
oplospoëzie met tuinkruidencroutons cadeau.

Goal

Het had weinig gescheeld of je was er niet geweest,
je was bijna iets anders, een plant, een steen of beest, iets dierbaars geworden,
iets anders met geest. Nu was je een zondagskind op Vaderdag geboren.
Een geluk bij een ongelukje, een toevalstreffer, doelpunt in eigen goal in de verlenging.
Je vader was geen goaltjesdief, eerder een ausputzer, niet te passeren in fair-play.
Moeder stond op doel het net te mazen en de palen op te poetsen, sop en groene zeep.
Wist zij veel dat de wedstrijd al begonnen was. Ze dacht meer aan ruimschoots voorbij.
En toen kwam jij plots, als vreemde speler ingevlogen uit het buitenland, een balverliefde pingelaar. Je bleek het levende bewijs dat theorie nooit klopt. Jij werd de plaatsbepaling van ‘hier’ waar je ook was op het groene gras. Je speelde blootsvoets als een indiaan, gewoonten uit een vorige leven. Geboren worden, een mysterieuze tak van sport, speling der natuur.

Ontgelden

Als kind vond je het al vreemd, je kwam iets brengen en daar moest je voor betalen, bijbetalen. Bij een openbaar toilet of bij de dokter of kapper. Je bracht een boodschap, je bloedeigen bloed, je mooie blonde jongenshaar. Later werd het nog vreemder, meer betalen voor minder. Voor een brood waar geen conserveringsmiddel, smaakmaker en kleurstof in zat betaalde je het driedubbele. Elk puur gekweekt voedsel waar geen insecticide en kunstmest voor werd gebruikt was veel duurder. Betalen voor de niet vervuiling. Toen eten design werd vergastte de ‘haute cuisine’ je op de befaamde uitgemergelde erwt naast het doodgestoofde peentje in botersaus op dat enorme desolate designbord, een 4-gangen oorlogsrantsoen tegen riante betaling. Je gaf een vermogen uit aan je binnenhuisarchitect en bleef daarna achter in een uitgeklede woning, ‘minder is meer’ ,dat moest je toch echt van hem aannemen…. voor zijn gepeperde rekening moest je een lening afsluiten. Wilde je een bodywarmer kopen, schrok je van de prijs voor die jas zonder mouwen, je knipte zelf die mouwen wel af.
Voor specialisten die heel veel weten over heel weinig betaal je de hoogste prijs… ‘inside information’ die niemand kan verifiëren en weten ze het niet dan betaal je ook, no cure full pay. Het duurst zijn de experts die alles weten over niets, de deurwaarders, echt onbetaalbaar. Van hen leerde je: minst is het meest. Failliet gaan is bevrijding van de geest. Niet dat de geest bevrijd wordt, nee de geest is er gewoon geweest, het rekenen gaat gewoon niet meer. Plots is alles gratis, salaris, schulden, geluk, pech…

In en als

Wie het huidige dominante materialistische wereldbeeld beziet kan moeilijk aan de indruk ontkomen dat er een collectieve psychose aan de gang is. Het denkbeeld dat alles stof is heeft zich als een virus gedragen en heeft zich genesteld in de meeste bovenkamers. Het virus is de perceptie gaan beheersen. Het gelegde ei is een keiharde overtuiging die de met een verbetenheid verdedigd wordt alsof het om de hoogst verheven godheid gaat.
Kenmerken van een collectieve waan. Een meerderheid vormt de norm, waarvan het grootste deel zwijgend is. Dat zwijgen vaak een vorm van lijdzaam verzet is dringt niet door. Voor wie aan de psychose lijdt is waan de werkelijkheid. In de bijna honderd jaar die verstreken is sinds de ontdekking van de quantumwereld slaagde de wetenschap er niet in de theorie aan te passen aan de praktijk. De quantumwerkelijkheid laat zich niet vastleggen in mechanistische wetten. Dat perceptie werelden schept kan er bij objectieve wetenschappers niet in.
De transcendente visie is voor het gemak blijvend doodverklaard.
Woody Allen vatte de nieuwe objectieve visie en de gevolgen  ervan voor het gevoelsleven kernachtig samen: “God is dood, Nietszche is dood en ik voel me ook niet zo lekker”

De levende essentie die uit de quantumwereld naar voren komt vertelt ons wezenlijk iets heel anders:
Transcendentie? Dat is dit, hier en nu. Wij leven in en als het wonderbaarlijke.
Wij bestaan in en als het mysterie. Elke schijnbare stof is van geestig heden.
Wie genezen is van het materialistische virus kan weinig meer gebeuren dan op te lossen in en als deze levende essentie.

Schraal

Ik drink niet veel, maar wel vaak, verklaart onze beschonken buurman, nadat hij me voor de derde keer heeft gevraagd of hij mijn fiets mag hebben die bij ons in de tuin staat te staan. Zijn geheugen is weg, gezonken. Die fiets staat er toch maar te staan, probeert hij nog eens.
Even overweeg ik een opsomming te geven van al die dingen op de wereld die er toch alleen maar staan te staan of liggen te leggen… Maar mijn tong geeft het op. Zijn overleden vader stond te vaak te schuren in de tuin omdat hij geen schuur had. Daarom moet ik nu op m’n woorden letten, we hadden hem heimelijk ‘Schuringa’ gedoopt. ‘Schuringa is weer bezig!’
Die naam mag niet op zijn dronken zoon overgaan, die er niets aan kan doen dat zijn vader schuurverslaafd was. Geen idee hoe de familie echt heet. De dorstige zoon heeft een overgevoelige dronk over zich. Laatst beweerde hij dat ik hem ‘U’ had genoemd, en dat ik dat niet meer moest doen, ontkennen had geen zin. Nu kijkt hij met tollende ogen neer op mijn aankoop van alcoholvrij bier. Of ik geen echt bier lust? Ik verzin dat ik een alcoholallergie heb om, ervan af te zijn. Hij toont oprecht verbaasd interesse in mijn aandoening. Ik word gered door de oorverdovende ruis van de gemeentelijke bladerveegkar die de straat indendert. We gaan naar huis. We stonden daar toch maar te staan. De kar laat een schraal borstelspoor na op het plaveisel. Schuringa.

Wintersage

Het dorpje Aarde lag ergens in een dal in het met sterren bezaaide heelal.
In de warmste winter ooit was het dorp ingesneeuwd geraakt…zonder sneeuw.
Geen enkele neerslag van betekenis was er gevallen. Toch waren de wegen onbegaanbaar, de deuren van de huizen werden geblokkeerd. Maar door wat kon niemand verklaren. De daken kreunden onder een onzichtbaar gewicht dat ook op de schouders van de bewoners leek te drukken. Het niet weten drukte zwaar. Met moeite wisten ze bij elkaar te komen in het huis van de dorpsoudste, die moest met zijn levenservaring toch iets kunnen zeggen over dit onzichtbare dat zo’n macht uitoefende. De oudste schraapte zijn keel, hoestte een paar keer hemeltergend en begon te vertellen over het kleinste, het meest futiele dat vroeger ‘het minste geringste’ werd genoemd. De voorouders hadden nog eer betoond aan het minste geringste, maar nu werd het bestaan ervan totaal miskend. Hoe meer iets werd miskend hoe meer het zich opdrong, dat was een simpele natuurwet. Ademloos hoorden de dorpsgenoten de gebroken stem uit het verre verleden aan. Uiteindelijk, zei hij vermoeid, heeft het minste geringste zoveel gewicht…meer dan onze hele dorp bij elkaar, omdat het minste geringste massief samenvalt met zichzelf als één fenomeen. Maar niemand heeft het ooit gezien, protesteerde iemand. Dat klopt, zei de oudste, net als de zwaartekracht, de ruimte en de stilte. Maar dankzij de zwaartekracht zweven wij, dankzij de ruimte bewegen wij en dankzij stilte kunnen wij het minste geringste bezingen.

Exegese

{CAPTION}

Why rot to read Poe?

Do operate worthy.

O Wordprey, hot tea!

Whoopee, try dot-art!

Why poet art? Rodeo!

Hot deo, arty power!

why order potatoe?

The war-toy pro-deo.

Death, toy or power?

[vrij naar James Joyce]
(Illustratie: Glenn Baxter)