Water zwemt

Je staat stil
als bij een halte
een vis in stromend water

Hoe laat is de tijd?

Je vinnen wuiven
de seconden vaarwel
die als luchtbelletjes opstijgen

De tijd is laat…

Ze laat op zich wachten
rustig overzie je de bedding
zonder oog te knipperen…

De tijd is nog onderweg
is het wachten tot de tijd daar is?
tot de tijd hier is?

Tijd reist denkbeeldige
bestaansgronden af

De tijd komt niet meer
de dienstregeling is opgeheven

Nooit meer wachten
gewoon het eerstvolgende

water zwemt de vis

Immersief


Voorwoord van de curator:
Als uitnodiging voor deze tentoonstelling wil ik u vragen niet te proberen om er iets van te begrijpen. Wij begrijpen het zelf namelijk ook niet. De beelden werken in op het voorwoordelijke, daarom is dit voorwoord ook eigenlijk totaal overbodig.
De getoonde werken zijn niet te plaatsen binnen een bepaalde stroming
of het zou de nog niet bestaande stroming van het ‘immersieve’ moeten heten.
Een onderdompeling in het archetypische domein van de directe innerlijke beleving.
Of zoals F. Wildesheim het ooit zo treffend verwoordde:

Zie het als een droom met open ogen,
als een slaapwandeling
door het woud der verbeelding.
Het enige wat deze droom u vertelt is
dat u het wakkere zijn bent.
Of de vlinder nu droomt dat zij u is
of dat u droomt dat u de vlinder bent,
in beide gevallen is het wakkere zijn
alerte ontspanning.

Roeping

{CAPTION}

De vrijwilliger treedt in de voetsporen van de kunstenaar, hij bevestigt elke genomen stap. De kunstenaar heeft geen vrije wil. Hij heeft geen keus, elke stap is een heilig moeten. De geometrische figuur dicteert zijn handelen. Het is zijn roeping om iets te maken waar niemand om vraagt, waar niemand op zit te wachten. Zo speelt de hond de rol van kunstenaar voor de ‘baas’. De hond maakt levenskunst, zijn ‘baas’ treedt dienstbaar in zijn voetsporen. De hond verstaat de kunst om de baas tot een onzichtbaar kunstwerk te verleiden. Hun hele levensloop samen is een samenloop door alle omstandigheden heen, een levenswerk dat zich niet laat na vertellen. Een epische tocht door de wereld. De hond staat symbool voor de ziel van de baas en andersom.
De ziel heeft vier poten en een staart als indicator voor de mate van euforie.
Levenskunst is de roeping volgen om het leven te vieren, onaangelijnd.

Perron

Ergens tussen A en B ligt een prachtig gepasseerd stationnetje.
Het echte jachtige leven is in A en B, daartussen ligt niks.
Ja, een gehucht van drie daken, een gat waar het leven aan voorbij gaat.
De trein stopt er nooit meer. Geen passagiers die bij een gat stil willen staan.
Liever razen ze er zo snel mogelijk aan voorbij.
Snelheid geeft een gevoel van vooruitgang, weliswaar misplaatst
maar toch een fijn gevoel. Soms zien ze er vanuit hun ooghoek nog iemand
staan zwaaien op het overwoekerde perron….of verbeelden ze zich dat maar?
In de voortrazende wagon denkt men dan steevast aan een wanhopige die de
trein heeft gemist. Nooit komen ze op het idee dat ze worden uitgezwaaid.
Iemand die de trein vaarwel wenst.
In de wereld van de vooruitgang wemelt het van mooie gepasseerde stationnetjes.
Ze zijn alleen nog te voet bereikbaar.

Amorf

In de nacht van de waakslaap verlies je elk besef voor afmetingen. Hoe groot of klein ben je? Ten opzichte van wat? Geen referentie meer. Ergens verblijf je tussen nauwelijks iets en oneindig. Dat geldt ook voor de vorm van het lichaam. Alleen de aanraking met iets lijkt een begin of eindpunt van het lijf te bepalen. Maar waar de huid ruimte raakt houdt het nergens op. Het lijf lijkt een amorfe klomp zonder bepaalde afmeting. Wat er zich binnenin afspeelt lijkt nog het meest op een sensitief aquarium waar gevoelsvissen in rondzwemmen, prikkeling, stuwing, golvingen. Een warm duister waar lichtgevende wezens in opgloeien. Toch voelt het niet als water maar eerder als ruimte. Met ogen dicht lijk ik in niets op een mens . Een vat waar alle denkbeeldige tegenstrijdigheden vreedzaam samensmelten. Weinig verschil met een amoebe of een pantoffeldier. Bij het ontwaken lijk je weer in de vorm te worden gegoten. Alsof je een duikerpak aantrekt voor een nieuwe excursie in de bovenwaterwereld.

Wiel

Dankzij het grondig weggooien van oude kennis en het afschaffen van levenslange ervaring wordt dagelijks het wiel opnieuw uitgevonden: driehoekige wielen, vierkante, ovale, zeshoekige, je kunt het zo gek niet bedenken. Het vreemde is dat het ronde wiel ontbreekt. Dat ligt op de vuilnishoop, onder de oude kennis en de ‘waardeloze’ ervaring.
Het regent permanent kwartjes, maar niemand die ze ziet vallen. Dat komt vast omdat ze rond zijn.

Paf

Paf staan is onze tweede natuur
of was het gewoon altijd al je eerste?
Zoals een kat miauwt, een hond blaft
zo sta je in de pafstand.

Alsof alle afstand,
tot om het even wat…
elke tussenheid bij wat
dan ook in het niet valt.

Hoe kom je ervan af?
is heel geen vraag.
Men verklaart je vast voor maf.
Je staat zomaar paf zoals water nat is.

Wat water is weet je niet,
je weet slechts dat het nat heet,
maar wat dan nog?

Water wordt er echt niet droger van.
Daar sta je dan…drijf…kledder…
paf te wezen…paf is gewoon

terug naar af.

Schaar

{CAPTION}

Szymborska won de Nobelprijs voor haar poëzie. Toen zij werd overlopen door de media zag zij zich genoodzaakt een assistent aan te nemen omdat zij niet meer aan dichten toe kwam. Ze werd platgebeld met interviewverzoeken vanuit de hele wereld. Er kwam een jongeman solliciteren op de functie. Ze vertelde hem wat het probleem was. Hij vroeg of ze een schaar had. Die gaf ze hem. Daarop knipte hij ter plekke de telefoonlijn door. Ze dacht onmiddellijk: ‘Die moet ik hebben,’ De lijn met haar poëtische bron was meteen hersteld.

Open gedicht


Wonderhond Bor,
wij waren honden onder elkaar,
verstonden ons in een oogwenk.
hij leende mij zijn naam uit
als dekmantel
‘Bor van Geenen’.
onder die naam lieten we
op deze aardse jachtvelden
geurvlaggen na op alle muren
en pispaaltjes bij wijze van grafitti.
ruiken is geuren lezen.
de wereld walmt van verhalen,
van lichaamstalige poëzie.
nooit vergeten we zijn gedicht
in het nog gave gazon
van het Amsterdamse bos:
Bor liet zijn lichaamstaal spreken,
groef daar ‘in no time’ een gat
waar hij zelf precies in paste,
verwoed alsof hij daar een schat
vermoedde, het gat ligt er nog,
in onze warme herinnering
een gat dat nooit wordt gedicht.