Mis

Je wist tot gisteren niet wat je al die tijd gemist had. Nu begrijp je niet hoe je ooit zonder hebt gekund. Opeens sprak iedereen erover…Fomo. Heb jij dat nou ook? ,hoorde je mensen tegen elkaar fluisteren. Door die geheimzinnigheid kreeg Fomo een ondefinieerbare lading. Zij…hadden dus kennelijk iets wat jij niet bezat…een Fomo?
Je wist niet eens hoe het er uit zou moeten zien. Vragen dorst je ook niet, men zou je voor achterlijk verslijten.
Misschien kon je het ding ergens bestellen? Maar de Fomo was nergens te krijgen.
Het voelde inmiddels alsof jij de enige ter wereld was die een Fomo ontbeerde.
In je wildste dromen bestelde je een exemplaar op internet.
Hij zou per post bezorgd worden. Reikhalzend keek je dagenlang uit naar het bestelbusje van de pakketbezorgers. Maar het busje kwam niet…geen Fomo. Ontroostbaar belde je in geestelijke nood de hulplijn. Aan de andere kant van de lijn werd jou met engelengeduld uitgelegd wat FOMO betekende…gewoon het FOMO-syndroom. De angst om iets te missen. Er waren zelfs al babies die aan FOMO leden, als je de andere kant van de lijn moest geloven. Je schrok opeens wakker van de deurbel met het gevoel alsof je heel wat had meegemaakt. Je opende de voordeur…er was niemand. Belletjedrukte om niets.

En theos

Wie denkt er ooit aan het publiek als opgejaagd wild.
Arm publiek dat constant wordt belaagd en behaagd.
Applausmachine in de globale amusementscompetitie.
Altijd en overal maar onbetaald getuige van moeten zijn
en er nog de prijs voor betalen ook, met kostbare tijd.
Altijd staan ze aan de zijlijn, zich moe te juichen, buiten spel.
De applaushonger is niet te stelpen, niet bij te benen…
Als geld tijd is, hoe arm ben je dan als je nergens tijd voor hebt?
Alleen stelt publiek niets voor, wel samen in grote getale.
Zo wordt ze geteld en te gering bevonden, vergeleken met
de hoogste score…Meten is weten dat je slaaf bent van het getal.

Vroeger toen alles nog beter was, alleen al beter omdat het nooit later werd
-voor de tijdmeting bestond er immers nog geen uur, geen tijdstip-
men leefde vol vuur, vol van het ervaringsfeit een goddelijke vonk te zijn.
In het goddelijke zijn, en theos, natuurlijk enthousiasme, tijdloos.
Gelukkig is tijd geen geld, want ook geld bestaat niet zonder meting.
Voor maat bestaat er geen maatstaf, elke maatvoering is maar een afspraak.
Laten we dus afspreken geen afspraken te maken. Het is nooit later geworden.

Poëziel

Wat reeds door en door verrot is
kan mooi nooit meer bederven.

Het ware, het schone en goede
kan geen betere staat verwerven.

De mond bedient zich serviel van
biografisch afbreekbare wegwerptaal
beoefent de kunst van wegsterven.

Het onzegbare zal zich immer
in de wereldpoëziel willen kerven
niets…zo onverweldigend helder

Een eeuwig vergeten gedenksteen
blijft liggen als ongebeiteld graniet
onder meters woest zijnzand

Al is wat ons rest…
deze gelukkige scherven,
want er is geen want.

Schermutselingen

‘Mijn natuurbeleving is een kapot tv-toestel…’ zo vatte W F Hermans ooit bondig samen.
Wat zou hij nu zeggen over de huidige beeldschermsamenleving? De mens begraaft zichzelf levend in een beeldschermlabyrint…? of zoals Wildesheim het zegt: de virtuele pixelwoestijn. Komt er ooit een beeldschermenstorm die de terreur van het scherm saboteert? In Japan is er al een golf geweest van mobieltjes die massaal en doelbewust in de Metrowagons werden verloren om aan de verplichte bereikbaarheid te ontkomen. Totdat bewust verliezen strafbaar werd gesteld. Bereikbaar zijn is traceerbaar zijn, is gemonitord worden, is onder curatele staan en uiteindelijk onder commando. Wat rest is opzitten en pootjes geven aan de baas.
Tot zover de natuur die alles is behalve een beeld op een scherm.
Nu iets over cultuur, wie het zei weet ik niet meer, maar het bleef wel hangen.
‘Cultuur is een familiegrap die alleen binnen die familie gesnapt wordt’.
‘The medium is the message’ de boodschap is: je moet een mobiel hebben, anders sluiten we je buiten.
Wellicht wordt buitengesloten leven, ver van de virtuele wereld de meest begerenswaardige staat.

Theorie

Jean-Jacques Rousseau
beschreef zijn ideale opvoeding,
in het boek ‘Émile, ou De l’éducation’.
Zijn ideale visie betrof alleen jongens,
meisjes moesten leren gehoorzamen en dienstbaar zijn.
Deze ‘verlichte geest’ maakte vijf kinderen bij zijn keukenmeid,
die hij alle vijf ‘schonk’ aan vondelingentehuizen.

Dr. Benjamin Spock
Amerikaans opvoedingsgoeroe schreef
een standaardwerk over opvoeding.
Volgens zijn eigen kinderen was hij een afstandelijke man
die nooit genegenheid toonde. Zijn dwingende boodschap
aan zijn kinderen was:
Als je niet gelukkig bent, zorg dan dat je het wordt!

Wat anders heeft een kind nodig dan gelukkige ouders?

Wat er spiegelt

slaap hield je wakker
geen bed in deze waakkamer

herinnert zich nog goed
hoe het alles vergat

om helder te waarnemen
zonder peinsmodder

helderstromend water
door een vergiet viel er

niets te zeven
heel de vloer drijft nat

wat er bodemloos spiegelt
lichtwerelden diep

Wie liet de kraan open staan?
Hoe dan ook, bedankt!

Mal

Men moest en zou eruit halen wat er in zat.
Het onbegrepene bleek een perfecte mal
om misverstanden in uit te gieten
en uit te laten harden.

Bijvoorbeeld: je hoogsteigen wereldbeeldje
als een handzame maatbeker
voor het oceanische bestaan,
op broekzakformaat.

En als het bestaan er niet in paste
dan sloeg je het afgietsel zomaar kapot,
opeens en je begreep niet waarom.

Is die hele mensachtigheid geen rare vrucht
die de tak afzaagt waar ze aan groeit?
Metaforen ontsporen hier aan onbegrip.

Brutalen mochten dan halve werelden hebben,
ze leefden mooi in goud gekooid, stervensrijk.
Alleen verwondering liet de wereld heel.

Stockholm

Hij had geen eisenpakket. Daarom viel er zo moeilijk met hem te onderhandelen. Hij wilde gewoon contact maar wel met een urgentie waar je niet omheen kon. Wij hadden ons meteen aan hem over gegeven, zo ontwapenend was hij. Niemand had ooit naar hem geluisterd. We namen hem heel serieus…lieten hem zijn verhaal doen. Op mijn verzoek overlegden we wat we samen zouden eten. De buitenwacht zou het binnen het uur laten bezorgen. Daarna kon hij zijn verhaal vervolgen. Al met al was het een aangename gijzeling. Een welkome verrassing in deze voortjakkerende tijd. Overdag zaten we in de beslotenheid van de binnentuin. De lucht daarboven was schoon en hemelsblauw, stilte en rust. Sinds jaren hadden we niet zulke intieme gesprekken gevoerd. We hadden opeens alle tijd om echt te luisteren. Hij was ook vol aandacht en zorgzaam voor ons. Geen afleiding of amusement, geen middelen om de tijd te verdrijven…het verlangen om de tijd te verdrijven kwam niet eens op.
Op de derde dag verzocht hij mij om de onderhandelingen van hem over te nemen. Hij vond mij daar wel geschikt voor. Ik voelde mij vereerd en eiste een vrije aftocht voor hem, zwart op wit ondertekend door het hoogste gerechtshof. Halsstarrige weigering van de overheid deed de gijzeling nog een week langer voortduren. Kennelijk was de buitenwacht verslaafd aan vergelding. Ik werd gedwongen om het hard te spelen, dreigen dat we onze gijzeling niet zouden opgeven. Het feit dat hij geen wapen had verzweeg ik om onze onderhandelingspositie niet te schaden.
Uiteindelijk waren de autoriteiten gezwicht en tekenden voor een vrije aftocht. De vrijbrief werd mij overhandigd bij de ingang door de afgezant met de witte vlag.
Eenmaal buiten werden wij, de gegijzelden, meteen naar het ziekenhuis gebracht voor onderzoek. We waren in goede conditie en beetje bedrukt vanwege het naderende afscheid. Een team psychiaters stond in de aanslag en diagnosticeerde ons moeiteloos als lijdend aan het Stockholmsyndroom. Meewarig bekeken ze ons omdat we niet eens beseften hoe zeer wij er aan dat syndroom leden. We begrepen het bijna hysterische vertoon van medeleven niet. Zij begrepen niet dat wij hem vrijuit wilden laten gaan.
Na nog wat omslachtige formaliteiten werden wij teruggeworpen in de buitenwereld, dat voelde als een pijnlijk afscheid, van de indringende ervaring van wezenlijke aandacht die zo afstak tegenover het loze oppervlakkige contact, intense betrokkenheid tegenover het onverschillig langs elkaar heen leven in de officiële wereld.
Hij komt nog regelmatig ongewapend langs om ons te bezoeken, dan vieren we onze vriendschap in serene stilte. We zijn overigens nooit genezen verklaard.

Capsicofagen

Iedereen kent wel een capsicofaag. Weinigen weten wat een capsicofaag is.
Plantenprofessor Stefano Mancuso legt het uit: Er lopen op aarde twee en een halfmiljard mensen rond die van pittig eten houden, Hetepeper-vreters. De meest fanatieken eten pure Chilipeppers. Ze houden onderling wedstrijden om wie de meeste en heetste pepers kan wegwerken. Het wonderlijkste detail is dat ze daarbij geen enkel druppeltje zweet laten vallen.
De Amerikaan Wilbur Scoville heeft een heetheids-schaal ontwikkeld, de zogeheten Scoville Heat Unit, SHU… Pure Capsaïcine heeft 16 miljoen SHU, de hoogste score.
De heilige graal in peperhitte. Waarom doen mensen zich dat aan ?
De eerste keer is de hitte ondraaglijk onaangenaam, lava op de tong. De tong proeft geen smaak meer, de papillen raken verdoofd. Het is geen marginaal verschijnsel
gezien het aantal gebruikers en gezien de productie, 33 miljoen ton Chilipeppers per jaar. Voor de doorzetter ligt er een beloning in het verschiet.
Het geheim zit hem in de bijwerking, de hersenen gaan endorfinen aanmaken, hoe heter hoe meer endorfinen. Een legaal verdovend middel dus, de hersenen zelf dealen de werkzame stof. Het effect is te vergelijken met de ‘Runners High’ , een euforische staat die bij marathonlopers ontstaat. Verdoofd door endorfinen wordt de pijndrempel enorm verhoogd. Er zijn voorbeelden van lopers die met ernstige blessures gewoon de marathon uitlopen. Ook honden kunnen bij wijze van zelfmedicatie bijv. op hun poot gaan bijten tot bloedens toe wanneer ze ergens anders pijn hebben, zo maken ze endorfine aan. Psychiatrisch patiënten snijden zichzelf om dezelfde reden, om even een staat van welbevinden te bereiken. Vergeleken met pootbijten en jezelf snijden is het eten van pepers vrij onschuldig. Vergeleken met een marathon lopen is extreem pittig eten natuurlijk de makkelijkste weg, je proeft alleen niets meer. Op een van de vele mondiale ‘Peperbeurzen’ zijn T-shirts te koop met de tekst: Pain Is Good!
Probeer dit even te doorgronden: Pijn is goed. Omdat ik dan pepers kan eten om de pijn te verdoven…dat doet even pijn, maar dan voel je ook niets anders meer dan verdoving.
Het niet zweten is overigens te verklaren. Als een prooidier in stress is, in shock…dan produceert het lichaam geen angstzweet zodat het dier niet traceerbaar is. Oog in oog met het einde wordt het doodkalm.

Leger

Door de autoriteiten werd er een krans gelegd bij ‘het monument van de onbekende toerist’. De anonieme vakantieganger, moegestreden tegen de armoede in arme landen en zat nu verslagen thuis.
Samen met miljoenen anderen hadden ze een leger gevormd, een vreemdelingenlegioen. Jaar in jaar uit, soms vier keer per jaar waren ze als invasiemacht erop uit getrokken in den vreemde om gewapend met geld de mooiste gebieden op aarde ‘tijdelijk’ te bezetten en de mensen daar te bevrijden van armoede. Het tijdelijke karakter van de bezetting was geleidelijk aan permanent geworden. Bevrijders werden nu als uitbuiters gezien, als neo-kolonialen. Armoede voerde een ondergrondse guerillastrijd tegen de toerist die zichzelf als een soort van
vrijheidsstrijder zag. Was vakantie in feite niet een voortzetting van de reguliere oorlog alleen met andere middelen. ..onder het motto: met een toerist als vriend heb je geen vijanden meer nodig? Met hun geld en vrijetijd kon een bataljon toeristen hele volksstammen inlanders aan het werk houden. De luchtmacht speelde een cruciale rol in snelle efficiënte troepenverplaatsingen. Hele hotels werden in het veroverde gebied gevorderd, stranden werden ingenomen door dit bevrijdende bezettingsleger. Toch verloor het vakantieleger terrein, rekruten deserteerden en bleven liever thuis met de foto’s. Gewapend met souvenirs als oorlogsbuit waren de laatste toeristen gerepatrieerd, nu zaten ze verslagen thuis. De armoede had gezegevierd. Het uitgeputte land was weer van de lokalen.