Parabel van de heler


De heler trok eerst door het hele land om zieken te bezoeken.
Nu had zijn naam zo’n faam verworven dat men naar hem op zoek ging. Hij trok zieken aan zoals een gemorste klodder honing mieren aantrekt. Niet alleen zieken wilden hem zien maar ook de mensen die na zijn behandeling weer gezond waren.
Ze waren zo dankbaar dat ze hem iets terug wilden geven.
Hij kreeg soms prachtige dingen, maar nog veel vaker zeer lelijke geschenken, zoveel dat hij ze in een schuur moest opslaan.
Weigeren kon hij niet, ze waren oprecht gegeven.

Op een dag besloot hij een regel in te stellen, dat het te geven geschenk alleen een gestolen goed mocht zijn.
Hij verwachtte dat na deze eis de stroom geschenken wel zou verminderen.
Het omgekeerde gebeurde, men ging uit dankbaarheid de duurste dingen van elkaar stelen om ze aan de heler te geven.

Uiteindelijk klaagden de bestolenen de heler aan wegens heling en aanzet tot diefstal. Zijn verweer was dat hij nooit voor de goederen betaald had, dat hij alleen maar mensen had genezen.
De aanklagers vonden dat genezen eveneens een vorm van betaling was.
Gezondheid was immers onbetaalbaar en daardoor juist het meest kostbare betaalmiddel. Daar was geen speld tussen te krijgen, vond de rechter.

De rechter prees de bestolenen dat zij hun bezit ondergeschikt hadden gemaakt aan de gezondheid van het volk waar zij zelf ook toe behoorden.
Genezing werd als nieuw wettig betaalmiddel ingesteld.
Goederen werden vanaf die tijd als ruilmiddel beschouwd.
Het bezit ruilde permanent van eigenaar.
Gezondheid, daar werd iedereen beter van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *