Fabel van de slang Ouroboros

Een slang eet niet, hij slikt zonder te kauwen zijn prooi in.
Een konijn, een zwijntje of een heel hert.
Het is een wonder dat de slangenhuid zo flexibel is dat er een heel in hert past.
Na het slikken wacht de slang op het trage wonder van de vertering.
Stofwisseling is omgekeerde magie.
Een toverkunst die zeer complex samengestelde creaturen — zoals vruchten, planten en dieren — afbreekt tot de kleinste bouwstenen van het leven.
Van iets naar bijna niets, terwijl magie toch vooral van niets iets weet te maken.

De Ouroboros is een speciaal soort slang.
Hij slikt zijn eigen staart in, zoals een vegetariër alleen zijn eigen vlees verteert.
De Ouroboros blijft slikken en zichzelf verteren: na zijn staart te hebben verteerd slikt hij zijn middenlijf in, dan komt zijn bovenlijf.
Het slikken gaat steeds langzamer.
Dan komt zijn nek… zijn onderkin…
zijn opgezwollen keel… zijn wangen… zijn lippen.
Er blijft niets anders van hem over dan een gapend gat.

Alleen een fabeldier kan zoiets onmogelijks: zichzelf verslinden zonder een spoortje achter te laten.
Dit maakt duidelijk waarom dit fabelachtige dier van de aardbodem is verdwenen.
Ieder exemplaar doet zichzelf uitsterven.
Deze slang staat symbool voor een nietsontziende nieuwsgierigheid.
Zo nietsontziend, dat zelfs de dood die nieuwsgierigheid niet kan doven.

Vroeger dacht men tot kennis te komen door iets op te eten.
Zelfkennis kon alleen verworven worden als men zichzelf helemaal zou opeten en verteren.

Het gapende gat kan de slaap niet vatten, het blijft wakker door te willen weten.
Het is zonder twijfel het vreemdste dier dat niet bestaat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *