Pasta paranoia

Ongemerkt en onbedoeld was Pollice truffelleverancier geworden dankzij zijn hond, Volpi.
Aan de apotheek van het Instituto dell’ Anima leverde hij de speciale truffelsoorten, bij uitstek geschikt om als psychofarmaca te dienen.
Zijn vriend Luciano Lucello, geneesheer directeur van de Kliniek van de Ziel betaalde hem in natura met alle mogelijke wederdiensten.
Hij kleedde de verteller, betaalde zijn kapper, zijn tandarts, de pedicure, hield een kamer voor hem vrij, met warm bad.
De truffels waren van onbetaalbare kwaliteit en van onschatbare waarde voor een gekwelde ziel.
De meer gangbare truffels, die Volpino onvermoeibaar opgroef, leverde hij aan restaurants.

Hij betaalde zijn schoenen met de peperdure zwammen.
Feitelijk was de trufato Pollice’s onwettige betaalmiddel, onmogelijk te belasten. Zijn bank lag onder eiken en olijfstronken verborgen.
“Het geld groeit niet aan de bomen maar onder bij de wortels”
Omdat de schuld niet was te verhalen op Pollice was hij bij de belastinginspectie uit zicht geraakt.
Tot een inspecteur met een gastronomische aandoening toch lucht kreeg van de truffel, dat kwam zo;
Pollice had bij vergissing een medicinale truffel aan een duur restaurant in Milaan geleverd.
De inspecteur at daar bijna dagelijks, bestelde alles met trufato. Na het desert van truffelpannacotta verloor de belastingman het bewustzijn.
De overdosis had hem te veel belast.
Nu hing hij daar achterover in zijn stoel, comatueus.
Het personeel probeerde hem bij brengen met ijswater, een genante aanblik voor de andere gasten.
De kok raakte in paniek, de sterke geur van de truffel had hem al doen fronsen bij de bereiding, nu liep hij jammerend te ijsberen.
Zo discreet mogelijk werd de gast afgevoerd.
Een bevriende arts stond ook voor een raadsel en wist niets beters te bedenken dan rust voor te schrijven en af te wachten.
Het bericht bereikte Pollice, die onmiddellijk Luciano inschakelde.
Zo kwam de inspecteur in de zielskliniek terecht voor deskundige behandeling.
Lucello probeerde een tegengif uit om de patiënt weer bij kennis te krijgen.
Tot zijn verbazing werd de man een paar uur later al wakker uit zijn onvrijwillige narcose,
Hij wist evenwel niets meer over zijn identiteit, Lucello was euforisch over dit bijverschijnsel.
Gelukkig konden ze uit zijn papieren opmaken wie hij was.
Het duurde een dag om de belastingman bij te praten over wie hij volgens zijn documenten moest zijn, langzamerhand kwam alles weer terug op zijn plaats.
Een maand later kwam hij verhaal halen over de gang van zaken in de kliniek.
De geheime truffelhandel kwam aan het licht en Pollice’s rol als leverancier.
Er dreigde een inval en onderzoek van de belastingdienst.
Hoe zouden de vrienden dit kunnen uitleggen, dat er geen geld aan te pas kwam?
Luciano Lucello zag geen ander uitweg dan de inspecteur voor die avond uit te nodigen voor een diner met de juiste dosis truffelextract.
Na het eten viel hij inderdaad weer achterover in een diepe slaap.
Ze reden hem naar huis, legden hem in bed en wisten de sporen van zijn financiële onderzoek.
Van zijn huisrestaurant vernamen ze later goed nieuws, hij was niet meer de oude geworden, maar wel vriendelijker.
Door deze geschiedenis kwam Lucello op het idee een restaurant voor de ziel te beginnen, met een menukaart van geestelijke aandoeningen.
Luciano keek dromerig voor zich uit en dacht:
“Doet u mij maar de Tagliatelle Paranoia”
Alles komt aan op dosering en een bijpassende gerecht om precies het gewenste geheugenverlies te veroorzaken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *