Praktijkverhalen

Het begon ermee dat X droomde dat hij niet in slaap kon komen. Hij was in zijn droom weer zes jaar en klaarwakker, telde schaapwolkjes in zijn droom, telde hardop, raakte de tel kwijt,
droomde dan dat hij nog steeds wakker was en begon weer opnieuw te tellen. Alsof gaan slapen een examen was waar hij iedere keer weer voor moest slagen.
De droom herhaalde zich tot hij op een bewuste nacht wakker werd en begreep dat hij het gedroomd had.
De droom had hem benauwd, hij was opgelucht wakker te zijn.
Het is voorspelbaar, maar zo is de werkelijkheid in dit geval nu eenmaal, dat valt helaas niet te betreuren. De meeste werkelijkheid is natuurlijk onvoorspelbaar.
X kon nu werkelijk niet meer in slaap komen, hij ging geen schaapwolkjes meer tellen, hij was immers geen zesjarige meer. Eerst probeerde hij Wodka, een oude fles van zijn vader met een Sovjet-etiket, werd dronken en ging vergeefs rondzwalken door de nacht.
Daarna nam hij het slaapmiddel van zijn overleden moeder, ver over de gebruiksdatum, het werkte niet. Het ene na het andere middel greep hij aan om de slaap aan zijn wil te onderwerpen, maar elke poging bevestigde alleen maar het feit dat hij klaarwakker bleef.
Zo kwam X in mijn praktijk terecht.
Nu zit hij tegenover mij, uitverteld.
Hij is ervan overtuigd dat er rond zijn zesde iets gebeurd moet zijn.
Ik vertel dat het lastig is zoiets te vinden, omdat het net zo goed iets kan zijn dat juist niet gebeurde, een afwezigheid. Hij knikt.
Ik vraag: ‘Wat heb je toen gemist, of wat mis je nu?’
Hij slikt, slaat zijn ogen neer en zegt zachtjes: ‘Dit’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *