De ravin van Montcorvino

In het stadje Montcorvino huisde van oudsher een grote ravenkolonie.
Ze woonden in de torentjes, de cipressen en onder die typische middeleeuwse afdakjes.
Raveneieren waren daar geliefd, een delicatesse.

Tijdens het eieren roven, een jaarlijks uit de middeleeuwen stammend ritueel, was er een ravenjong uit het nest gevallen.
Het bleek een vrouwtje te zijn, een ravin.
De jonge vogel werd opgekweekt door de plaatseIijke barbier Sandro Picadoro; hij was nooit getrouwd en niemand wist waarom.
Als zovele Italiaanse kappers zong hij voluit onder het knippen, het liefst opera-aria’s of Napolitaanse liederen.
Met zijn schaar knipte hij dan in de maat en soms een opzwepend ritme, afgewisseld met een danspasje.
Hij had plezier in zijn werk.
De jonge ravin begon de barbier te imiteren, ze oefende op zijn menselijke timbre.
Ze kraste niet zoals het een goede raaf betaamt, ze zong heel sonoor.
De barbier raakte betoverd door het dier, ze ontroerde hem.
De ravin zong iedere dag beter, na een jaar zongen ze samen hele aria’s en duetten, terwijl ze op de rand van de spiegel zat.
De klanten vonden het prachtig.
Picadoro merkte dat hij een beetje verliefd werd op het dier, misschien omdat hij zijn liefde voor muziek met haar kon delen?

Er drong zich geleidelijk een vaag besef aan hem op zonder te weten wat het was.
Mensen kwamen nu speciaal naar zijn zaak om de ravin te horen zingen, dat geknip in haren namen ze op de koop toe.
Het paar werd steeds vaker uitgenodigd om op te treden.
De vogel stond al gauw bekend als ” de ravin van Montcorvino ” soms werd liefkozend “nostra diva piumato” genoemd,
“onze gevederde diva”.
Ze werden onafscheidelijk, gingen samen op tournee, de hele ravenkolonie vloog mee.
Kwade tongen beweren dat terwijl de vogel zong haar familie de huizen in vloog om zich over de glimmende dingen te ontfermen, dit is natuurlijk maar een fabeltje.

De barbier moest vaak denken aan een jeugdliefde die hij had gekoesterd.
Die liefde betrof de operadiva Julietta Olivetti, ze trad op in alle grote operahuizen.
De jongeman was verkocht toen hij haar hoorde bij een opera op het plein van Montcorvino.
De Diva had vele bewonderaars en ontving velehuwelijksaanzoeken met bijpassende juwelen.
Ze voelde zich zeer gevleid, maar kon niet kiezen, het ene juweel was nog mooier dan het andere.
Er was één aanzoek dat vergezeld ging met een naamkaartje waar achterop geschreven stond: ‘ik zal altijd op je wachten’ ,
geen juwelen, alleen deze simpele boodschap.
Dit kaartje was van de jonge barbier, hij had geen geld maar wel alle tijd.
Al weifelend kwam Julietta nooit aan trouwen toe, ze raakte verslaafd aan de glimmende dingen.
Op een dag werd Julietta schor wakker, haar stem was weg, haar echte juweel.
Ze stortte in tussen de coulissen van het operapaleis, blinde paniek.
Wie was ze nu nog zonder die stem uit duizenden?
De zaal was uitverkocht.
Wanhopig was ze de brug afgesprongen en verdronken in de rivier.

Hoewel het voor de Picadoro lang geleden was dat hij zijn liefde had verklaard aan de diva, drong het idee zich aan hem op dat de zingende ravin de incarnatie was van zijn jeugdliefde.
Hij had zich aan zijn woord gehouden, hij was op haar blijven wachten. “Ben jij het, Julietta?” had hij gevraagd.
Ze had geantwoord door ‘O sole mio’ te gaan zingen, het bewijs was geleverd. Ze leefden gelukkig samen, zingend.

Zo kwam dit verhaal in de wereld, in Montcorvino, waar de chocolaatjes, in de vorm van een raaf zijn gegoten.
“Wie bereid is te wachten kan alles verwachten, geluk kan zich vermommen in elke gedaante.” besloot Pollice Grosso de avond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *