Rode draad

Het ongeschreven verhaal dwaalt over straat, wankelend en voortstamelend, een dakloze op zoek naar een boek om in te slapen. Gehuld in een slechtlopende beginzin, de rafelige deken van mondelinge overlevering, waar hij een rode draad uit probeert te trekken. Het zwervende verhaal zoekt ergens onderdak, ‘n bovenkamer, ‘n hoofd dat hem adopteert. Het kraakt lekke zolderkamertjes van om het even iemand, iemand met een pen en papier. Zijn aanwezigheid roept irritatie op, weerstand. Meestal wordt hij meteen als ongewenst op straat gezet. Het verhaal wil dat het noodgedwongen een lastig personage is. Altijd in conflict met een iets of iemand, desnoods overhoop met de hele wereld, fictief of niet. Zonder wrijving geen verhaal. Het verhaal is bepaald geen zonnetje in huis, geen gezellig onbekommerde vertelling. Het verhaal moet dwangmatig problemen maken, dat verschaft bestaansrecht. Immer op zoek naar een notulist om voor zijn karretje te spannen, is het verhaal een geboren opportunist…een intrigant.
Als een stalker infiltreert het verhaal geestelijk leven:
“Je wil niet weten wat ik je allemaal te vertellen heb, ik ben een avontuur”, fleemt het verhaal verleidelijk, “Je hoeft alleen maar te notuleren…ik citeer…het is zo gebeurd!”
“Het kan mij niet schelen of ik omschrijfbaar ben of niet, ik zal je blijven lastigvallen als ronddolend spook, zolang je mij niet afgeschreven hebt…realiseer je je wel” , bluft hij,
“dat ik jou heb uitverkoren, ondankbare hond!”
En bevalt het geschrevene niet, dan komt hij later verhaal halen.
“Dit zijn jouw woorden…ik herken mij niet in dit verhaal, begin maar opnieuw!”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.