Schutkleurig

Vreemde mannen in schutkleuren sluipen door de straat, schichtig spiedend
‘s Middags zijn ze weg behalve één volhardende die zich al ijsberend warm probeert te houden.
‘Wilt u koffie? vraag ik’, om hem te kunnen uithoren.
‘Ja, graag, wat aardig, dat maak ik nooit mee’.
‘Een gevulde koek?’

Het blijkt een vogelaar.
‘Er is hier een Azuurmees gesignaleerd, komt alleen in Rusland voor,maar hij is geringd, kan dus ook uit een voliére ontsnapt zijn, ben net in Georgië geweest, volgende maand ga ik naar Marokko, mijn vrouw vind het maar niks’
Onwillekeurig dwaalt mijn geest weg naar de KGB, Solsjenitsjin en de Goelag, de geest is gek, vreemd vertrouwd.
Ik vertel hem over het vuurgoudhaantje dat ik twee keer zag,
de tweede keer lag het wonder in mijn hand, doodgevlogen tegen de schuifpui, in de vriezer bewaard voor een liefhebber.

‘Zal ik u waarschuwen als ik die Azuurmus weer zie?’ stel ik voor.
‘Dat zou heel aardig zijn, maar vergis u niet, als het echt een Azuurmees is dan staat het hier morgen vol met honderden vogelaars, met kannonnen van telelenzen, vorige maand in Rotterdam Kralingen stonden we voor een voortuintje, de bewoner werd agressief, heeft ons met zijn tuinslang de straat uitgespoten’

Hij wijst mij nog op een ijsvogelnest in de buurt.
Ik vertel het enthousiast door aan een buurman.
‘In Gambia zijn ijsvogels als mussen zo gewoon’ zegt hij voor hij zijn motor start.
Ik zie in gedachten zwermen vogelaars neerstrijken gehuld in schutkleurig verenkleed. Ze vliegen de wereld af om hun presentielijsten af te vinken.
Surrogaat voor de jager-verzamelaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *