Stockholm

Hij had geen eisenpakket. Daarom viel er zo moeilijk met hem te onderhandelen. Hij wilde gewoon contact maar wel met een urgentie waar je niet omheen kon. Wij hadden ons meteen aan hem over gegeven, zo ontwapenend was hij. Niemand had ooit naar hem geluisterd. We namen hem heel serieus…lieten hem zijn verhaal doen. Op mijn verzoek overlegden we wat we samen zouden eten. De buitenwacht zou het binnen het uur laten bezorgen. Daarna kon hij zijn verhaal vervolgen. Al met al was het een aangename gijzeling. Een welkome verrassing in deze voortjakkerende tijd. Overdag zaten we in de beslotenheid van de binnentuin. De lucht daarboven was schoon en hemelsblauw, stilte en rust. Sinds jaren hadden we niet zulke intieme gesprekken gevoerd. We hadden opeens alle tijd om echt te luisteren. Hij was ook vol aandacht en zorgzaam voor ons. Geen afleiding of amusement, geen middelen om de tijd te verdrijven…het verlangen om de tijd te verdrijven kwam niet eens op.
Op de derde dag verzocht hij mij om de onderhandelingen van hem over te nemen. Hij vond mij daar wel geschikt voor. Ik voelde mij vereerd en eiste een vrije aftocht voor hem, zwart op wit ondertekend door het hoogste gerechtshof. Halsstarrige weigering van de overheid deed de gijzeling nog een week langer voortduren. Kennelijk was de buitenwacht verslaafd aan vergelding. Ik werd gedwongen om het hard te spelen, dreigen dat we onze gijzeling niet zouden opgeven. Het feit dat hij geen wapen had verzweeg ik om onze onderhandelingspositie niet te schaden.
Uiteindelijk waren de autoriteiten gezwicht en tekenden voor een vrije aftocht. De vrijbrief werd mij overhandigd bij de ingang door de afgezant met de witte vlag.
Eenmaal buiten werden wij, de gegijzelden, meteen naar het ziekenhuis gebracht voor onderzoek. We waren in goede conditie en beetje bedrukt vanwege het naderende afscheid. Een team psychiaters stond in de aanslag en diagnosticeerde ons moeiteloos als lijdend aan het Stockholmsyndroom. Meewarig bekeken ze ons omdat we niet eens beseften hoe zeer wij er aan dat syndroom leden. We begrepen het bijna hysterische vertoon van medeleven niet. Zij begrepen niet dat wij hem vrijuit wilden laten gaan.
Na nog wat omslachtige formaliteiten werden wij teruggeworpen in de buitenwereld, dat voelde als een pijnlijk afscheid, van de indringende ervaring van wezenlijke aandacht die zo afstak tegenover het loze oppervlakkige contact, intense betrokkenheid tegenover het onverschillig langs elkaar heen leven in de officiële wereld.
Hij komt nog regelmatig ongewapend langs om ons te bezoeken, dan vieren we onze vriendschap in serene stilte. We zijn overigens nooit genezen verklaard.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *