Vacht

Ik geloofde eerlijk gezegd nooit zo in reïncarnatie. Tot ik mijzelf na een zachte dood terugvond, herboren in een verkeerd lichaam…tenminste dat heb ik heel lang en vaak gedacht. Verkeerd…zo vreemd voelde het, alsof je een vleesgeworden vergissing was. Een wandelend raadsel. Wat waren dit voor soortgenoten? Hoe moest je een soortgenoot worden. Waar was je staart? Waar was je uiterst verfijnde reukvermogen? Jouw ooit zo schitterende vacht?… ingeruild voor een kaal bleek vel?
Dit lijf voelde niet pluis, als een van hogerhand opgelegde beperking.
Voorheen slingerde je door boomkruinen op armkracht. At je louter vers fruit. Nu werd je geacht om op je achterpoten te lopen, je in voortrollend blik te verplaatsen…je naaktheid te verbergen in lappen in plaats van je behaaglijke glanzende vacht. Gaandeweg wende het wel een beetje, helemaal verkeerd is dit lichaam natuurlijk niet, maar de heimwee is wel gebleven. Misschien nog wel het meest de heimwee naar het onmiddellijke, het intuïtieve communiceren, zonder woorden.
Dat flitsende geestige contact met de snelheid van licht. Van geestesoog tot geestesoog. Het directe contact van samenvalling. Het in wezen identiek zijn. Dit alles overwegend, terwijl je op de tast krabt waar ooit je staart zat.

One thought on “Vacht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.