Volpinella


Volpinella was een kruising van een Lagotto Romagnolo, een truffelhondje en een Volpino Italiano, een Italiaans Vosje.
Van de eerste kruising had Pollice een teefje gehouden.
Daarmee zou hij een nieuw hondenras ter wereld brengen.
Volpinella was inmiddels de vierde generatie van een echt bastaardras, een neus op vier poten.
Ze leek nergens op, maar Pollice herkende haar uit duizenden vanwege haar opvallend ontbrekende kenmerken.
Ook de voorgaande honden werden Volpino genoemd en dat had een zwaarwegende poëtische reden.
Omdat poëzie nu eenmaal de enige beweegreden vormde voor Pollice, zonder poëzie zou hij zich nooit meer bewegen.
Het eerste hondje leek nog het meest op de oorspronkelijke Volpino en had hij gevonden tijdens een doorreis van Lago Maggiore naar Milaan.
In het bos vond hij het jonge dier verkerend in kennelijke staat, kwijlend en kreunend bij een vers gegraven kuil onder een eikenstronk.
Het stonk er onmiskenbaar naar truffel, die onweerstaanbare muskusachtige molmschimmelgeur.
Pollice begreep dat de hond de truffel had gevonden en opgepeuzeld, waarschijnlijk te veel van het beste.
Overmatig truffelgebruik kan heftige hallucinaties veroorzaken zo wist Pollice uit ervaring.
Soms vermoedde hij dat zijn onstuitbare verhalende vermogen zijn oorzaak had in de truffel.
Pollice droeg het slappe beestje mee in de enorme binnenzak van zijn jas.
Die zak was legendarisch om wat hij er allemaal uit tevoorschijn toverde.
Bagage had de reizende verteller zelden, hij had binnenzakken, hierover later meer.
Het teefje ontwaakte uit haar roes en was vanaf dat moment onafscheidelijk van haar redder.
Ze bleef graag graven naar het zwarte goud maar het eten liet ze aan Pollice over.
Later in Toscane kwam hij een verhaal op het spoor dat de truffel de stinkende, rottende ziel van de duivel was.
Die ziel had hij verkocht aan een sluwe vos in ruil voor een goed verhaal.
Geef mij je ziel, had de vos gul voorgesteld, dan geef ik je een verhaal waarmee je iedereen om je vinger kunt winden, wat wil je nog meer dan iedereen?
De duivel zwichtte voor dit geniale aanbod gaf zijn ziel af en moest bij volle maan wachten op het verhaal van de slimme vos.
Inmiddels had de vos de zwarte ziel in duizend stukje gebeten en begraven onder olijfwortelstronken.
Om deze reden zouden ook de olijven zwart van kleur zijn geworden, aldus de volkslegende.
Sinds die tijd zoekt de duivel wanhopig naar zijn arme ziel.
Later kwam de duivel de vos tegen en vroeg :
“Waar is dat verhaal nou?”
De vos had gezegd: “Dit is het verhaal!”

Het verhaal had Pollice zo betoverd dat hij al zijn honden Volpino of volpinella noemde, het verhaal wond hem om haar vinger.
Zijn vriend, een vermaarde psychiater, onthulde in beschonken toestand het geheim van zijn succesvolle behandelingen.
Door medicinale toediening van truffelextract, liefst een overdosis, bracht hij de patiënt in diepe hallucinerende slaap.
Na drie dagen bijkomen werd men nooit meer de oude, maar wel beter.
De zielendokter stond bekend onder de bijnaam ‘ liberatore dell’anima ‘, bevrijder van de ziel.
Pollice deed uiteraard al aan zelfmedicatie dankzij zijn trouwe hond, maar hij prees zijn vriend om zijn moed om onorthodoxe middelen in te zetten, als het maar helpt.
“Ach, jouw verhalengezwam is minstens zo verzachtend voor de gewonde ziel, zwamneus” had ‘de liberatore’ geantwoord.

Wat ik nu vertel moet geheim blijven; sinds dat gesprek is Pollice exclusief leverancier van medicinale truffels voor het Instituto Dell’anima.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *