Voor Aap

Als iemand een lelijke kop had, een ‘echte’ boeventronie, dan zei mijn vader vaak:
‘Die heeft een echte monkiebrand!’.
Ome Piet had bijvoorbeeld zo’n kop.
Waarom?, dat kwam later als aap uit de mouw. Oom bleek een echte boef, had hoogstpersoonlijk in de nor gezeten. Oom Piet had er zichtbaar moeite mee om zijn trots te verbergen. Hij waste zijn vuile voorpoten nooit in onschuld. Piet stak ze triomfantelijk in de lucht, “the art of don’t giving a shit”.
Onlangs ontdekte ik dat ‘Monkey Brand’ een ouderwets zeepmerk is, met een apenkop als logo, om vuile handen schoon te wassen.

Toen ik nog geen vijf was deed mijn vader wel eens een gorilla na door zwartlederen handschoenen aan zijn voeten te doen. Hij werd het echt. Plots rook onze tuttige huiskamer opwindend naar wild dier.
Met zijn tong verwrong hij zijn mond tot een apentronie. Zijn armen slungelden naast zijn lijf terwijl hij wild op de bank sprong om zich te vlooien. Mijn moeder stond er besmuikt bij te lachen terwijl ze ontredderd aan haar jurk plukte. Jurkplukken als uiting van onzekerheid, ze zat verlegen met de situatie, dat ze bij nader inzien met een aap was getrouwd, een Alfa-mannetje.
Vader Aap had kolenschoppen van handen
waar hij miniatuurvogeltjes mee sneed.
Van een boomtakje kerfde hij het lijfje, de vleugeltjes van een luciferdoosdekseltje, van een oude bezemsteel het vogelhuisje.
Uniek natuurlijk, een aap die vogeltjes snijdt.
Mede door hem heb ik de mens altijd vanzelfsprekend als een dier gezien, een dier met kleding aan.
‘Mooi apenpakkie’ zei mijn vader als hij ergens een ‘hoge ome’ of een hoogwaardigheidsbekleder zag in vol ornaat.

Dat hij mij ook als een aap zag vond ik niet meer dan logisch. ‘Aap van een jongen’, daar bedoelde hij mij dan mee.
Na mijn vijfde jaar heb ik mijn vader nogal gemist, ik bedoel daarmee vooral…de aap in mijn vader, die was voorgoed verdwenen in de betonjungle waar wij kwamen te wonen.

Ik ken geen mensaap die zo onschuldig kan
kijken als een jonge Orang Oetang, hoewel Stan Laurel er wel heel dicht bij in de buurt komt, in de filmscène dat er in de gevangenis een foto van hem gemaakt moet worden.

Er zijn kinderen die terecht niet volwassen willen worden, tot op hoge leeftijd slagen sommigen daarin. Ik zelf heb nooit mens willen worden, ik blijf liever een naakte aap, aangekleed voor de buitenwacht.

De mens is een lachertje, natuurlijk gesproken, een tegennatuurlijke speling van de cultuur. Dieren lachen zich dood om ons.
We staan mooi voor aap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *