Wereldtentoonstelling


In het Groninger Museum wilde iemand kennelijk dat ‘je’ het licht zou zien.
Ik keek aandachtig naar de plafondlampen die het schrift belichtten.
Ik zag het licht.
De tekst was organisch op de muur gegroeid vlak boven de schilderijen en trok behendig alle aandacht naar zich toe.
Het licht in de schilderijen kwam van het plafond, de hemel.

Het zaaltje verderop was minder goed verlicht.
Er draaide een performancevideo die zojuist aan het terugspoelen was, terug in de tijd.
Het donker in de zaal werd belicht door een Exit-lampje.
Even sloot ik m’n ogen, het dierbare binnenlicht scheen beschouwelijk.
De plaatjes van de schilderijen verbleekten bij het zien van licht.
De kunst werd hier succesvol overschaduwd door de vormgeving.
We verlieten het museum, onze ogen moesten wennen aan het daglicht.

Het museum zelf had de pretentie een kunstwerk te zijn.
Het is alsof je mooie taartjes tentoonstelt in een enorme taart of een bibliotheek onderbrengt in een reusachtig boek.
De verpakking is belangrijker geworden dan het geschenk.

Het bestaan: de wereldtentoonstelling van het licht.
Een retrospectief van de vaste collectie, we zien uitgestorven sterren.
De enige zaal zonder muren valt volkomen samen met de inhoud.
Probeer het licht maar eens niet te zien… onmogelijk.

Zelfs blinden zien het licht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *