Zeven zonen

We hebben ooit zeven zonen geadopteerd,
ze kwamen zo iel als jonge twijgjes.
Nu staan ze met bast en uitgeschoten pruiken,
we knippen hun stronkige koppen en tenen.
Anders worden het alsnog bomen van kerels.
Zonen hou je kort voor algemeen nut
als schuilplek voor mezen en merels.
Begeleiden ze zingend onze latere levensweg,
een wilgenrij als oudedagsvoorziening.
Wanneer zij krom en oudgegroeid volharden
zijn wij reeds hemelwaarts gesnoeid,
dan moeten zij het als wezen zelf rooien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *