Zinkhol

Er kwam laatst een te diepe gedachte bovendrijven, ontzagwekkend.
Het bleek een enorme put te zijn, waarvan je de bodem niet kon zien.
Het viel niet mee deze gedachte onder ogen te zien, je moest oppassen
er niet in te vallen. Je maag keerde zich, over de rand kijkend er van om.
Wat een gedachte, onpeilbaar. Riep je iets in die put, geen echo weerklonk.
Bij mijn weten had ik deze gedachte niet bedacht.
Wie had deze gedachte dan in mijn hoofd gegraven, zoiets bedenk je toch niet?
En gegraven waarvoor… met welk doel?
Was het een waterput, een zinkhol, een goudmijn?
Of gewoon een gat in de ruimte, een valkuil? Een valstrik waar ik in moest vallen?
Het gat had een aanzuigende werking op mij, dus ik besloot het dicht te gooien met
elke gedachte die ik maar kon bedenken, allemachtig wat een Sysiphusarbeid,
om dit denkbeeldige gat te dichten. Later hoorde ik dat het de legendarische ‘ondempbare put’ betrof. Sinds ik, na uitputtende behandeling uit het paviljoen ontslagen ben, mijd ik elke diepere gedachte, manoeuvreer mij er met grote boog omheen. Wat mij weer met dat andere probleem confronteert: de immer wijkende einder, de lokkende horizon die geen einde kent. Nu blijf ik behoedzaam en nauwgezet in het midden tussen gat en einder.

One thought on “Zinkhol

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.